maandag 2 maart 2015

HET VALSE APPEL ARCHIEF - aflevering 5






Een schoonheidsprijs verdienen ze niet, de plaatjes in deze vijfde aflevering van het Valse Appel Archief. Alleen de eerste foto is direct van de prent genomen, de andere twee zijn gefotografeerd van een print die ik zo'n anderhalf jaar geleden van internet heb afgehaald. In die tijd kwam je deze litho (of eigenlijk: zeefdruk-naar-litho) heel geregeld op het net tegen, maar om niet geheel duidelijke redenen lijkt hij daarna van de aardbodem verdwenen. Maar zelfs met een zeer matige kwaliteit kun je nog wel een vervalsing aan het licht brengen, als je tenminste, zoals al eerder opgemerkt, in de eerste plaats let op de vorm, en minder op de kleur, die om allerlei redenen kan afwijken, zoals de rechter afbeelding laat zien.

We hebben hier te maken met twee plaatjes die elkaar op het eerste gezicht weinig ontlopen en als een van beiden dus een vervalsing is, moet in ieder geval gezegd worden dat het er zorg aan is besteed. Maar als we al verschillen kunnen vinden, hoe weten we dan welke de echte versie is en welke de valse?

Het antwoord komt van het derde plaatje, een poster waarvoor dezelfde afbeelding is gebruikt. Het voordeel van een affiche is dat de kunstenaar er vrijwel altijd. direct of indirect, bij betrokken is en dat het dus vrijwel is uitgesloten dat er een vals werk op verschijnt. We mogen er dus van uitgaan dat de derde afbeelding 'goed' is. Het beeld komt onmiskenbaar overeen met de linker litho. Het is een kwestie van details: de dikte van de lijnen (bijvoorbeeld de blauwe lijn onder het zwart rechts boven), de ogen (op de een of andere manier zijn ogen altijd moeilijk na te maken) en als meest duidelijke, en dus het gemakkelijkst te onthouden kenmerk het door een zwart 'poortje' omgeven centrale vlakje midden boven, dat in de echte versie wit is en in de valse editie rose/rood.


 


De litho 'Seeing eyes' werd gemaakt in opdracht van Trans World Art in New York, die ter gelegenheid van de Bicentennial, het tweehonderdjarig bestaan van de Verenigde Staten, in 1978 een portfolio uitbracht met prenten van een aantal vooraanstaande kunstenaars. Behalve de gesigneerde en genummerde editie in een oplage van 200 werd er van Appels prent ook een poster gemaakt.

Het naast elkaar bestaan van de litho en de poster is misschien een goede gelegenheid om eens in te gaan op de overeenkomsten en verschillen. Er bestaat in kringen van verzamelaars een zekere hiërarchie, waarbij sommige soorten affiches hoger worden aangeslagen dan andere.

Voor een gewoon tentoonstellingsaffiche wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van een bestaand werk als achtergrond of als illustratie. Een grafisch vormgever maakt een ontwerp, kiest lettertype en -grootte en plaatst de informatie in het beeldvlak, over of onder een reproductie van een werk in de expositie. 

Voor de serieuze verzamelaar is dit soort affiches niet interessant. Immers, de kunstenaar heeft er niets mee te maken gehad. Hoogstens heeft hij toestemming gegeven om een bepaald werk ervoor te gebruiken. Verzamelwaardiger zijn zgn. 'lithografische' affiches. Hiervoor worden de stenen van een originele litho gebruikt. Nadat de reguliere editie is voltooid, wordt een extra drukgang met tekst toegevoegd en wordt er 'doorgedrukt', meestal op goedkoper papier, met kleinere marges en in een grote oplage. De afbeeldingen van de litho en het affiche zijn dus volstrekt identiek, omdat ze van dezelfde stenen zijn gedrukt, maar alleen de reguliere editie wordt voorzien van een nummering en de handtekening van de kunstenaar. De andere wordt vaak aangeduid als de 'poster editie'. Toch ligt ook hieraan een origineel beeldconcept ten grondslag en in feite kunnen we dus ook bij lithografische affiches spreken van een origineel werk in oplage, zij het dat die niet is gespecificeerd en dat er tekst aan is toegevoegd. Het lijkt in deze context bijna overbodig te vermelden dat wanneer de tekst niet over, maar onder de tekst is geplaatst, er altijd mensen zullen zijn die het tekstdeel afsnijden en de rest van het blad, al dan niet voorzien van een valse handtekening, aanbieden als een 'originele litho'. Een dergelijk geamputeerd affiche is te herkennen aan de afmetingen en de papiersoort. 

Het onderscheid tussen de lithografische poster en de originele litho in beperkte oplage laat zien dat de exclusiviteit van grafiek een volstrekt kunstmatige zaak is. De nummer 1 van de reguliere editie is kwalitatief niet beter dan de laatste van de postereditie. Het is de uitsluitend de nummering en de signatuur die de exclusiviteit, en daarmee de prijs, bepalen. .

HET VALSE APPEL ARCHIEF - aflevering 4

   



Leuke kleine Appeltjes, zou je zo op het eerste gezicht zeggen. Vrolijke, speelse prenten, typisch Appel rond 1970. Een kniesoor zou misschien opmerken dat ze een beetje een rare maatvoering hebben, en dat de marges misschien wel wat aan de krappe kant zijn. Maar verder lijkt er weinig mee aan de hand. Dat wil zeggen, tot je bij de signatuur komt: ze zijn gesigneerd met initialen 'k.a.', in kleine letters. Vreemd, want van Appel kennen we maar twee signaturen, 'CKAppel' en, in de meeste gevallen, simpelweg 'Appel'.

De oplossing blijkt simpel: de kleine Appeltjes zijn verknipte versies van de litho die hieronder staat afgebeeld. Van de vier kwarten is er dus maar een die een originele signatuur in potlood draagt; de andere drie zijn door scherp calculerende knippers voorzien van initialen en soms een oplagenummer. Want vier kleine Appeltjes brengen meer geld op dan een grote. Logisch, nietwaar?

Maar hieronder staat de enige echte (lees: volledige):




Karel Appel, Vier figuren, kleurenlitho, gesigneerd en gedateerd '1970' in potlood r.o., 80 x 62 cm, met droogstempel London Arts, Detroit, USA.





HET VALSE APPEL ARCHIEF - aflevering 3




 In de eerste aflevering van het VARA televisieprogramma Het Zwarte Schaap, dat al eerder ter sprake kwam, trad Geert Jan Jansen op als gast. (Voor een uitgebreid verslag van de opnamen, zie het Valse Kunst nummer van Afslag Noord) Als illustratiemateriaal had Jansen zelf wat 'litho's' meegebracht die als decor fungeerden. Het waren vroege vervalsingen, zei hij ietwat verontschuldigend. Want dat was natuurlijk altijd het probleem: de slechte vervalsingen worden ontdekt, de goede niet. En dit waren dus niet zulke hele goede.

Hoe moest ze zich dat voorstellen, vroeg presentatrice Inge Diepman zich af, stond hij dan met de vervalsing in de ene hand en het origineel in de andere? Ja, antwoordde Jansen, afgezien van het feit dat je ook bij vervalsen twee handen nodig had, had hij het origineel in ieder geval binnen handbereik. De vervalsingen, zo wordt hier duidelijk, zijn dus kopieën of reconstructies van de originele prent.




  
Als voorbeeld kwam toen een originele Appel litho in beeld, met daarnaast de Jansen-vervalsing. Het was een uiterst leerzame vergelijking. In de eerste plaats moet dat de Appel prenten die voor vervalsing in aanmerking komen aan bepaalde eisen moeten voldoen. Vervalsingen van vroeger werk, tot midden jaren zestig, heb ik bijvoorbeeld nooit aangetroffen. De reden daarvoor is, zo vermoed ik, dat het vroege werk anders van karakter is. Het is veel dynamischer, en het het handschrift is duidelijker in de prent aanwezig. De nuanceringen in lijn en kleur die dat met zich meebrengt zijn veel moeilijker na te maken dan de egale kleurvlakken waarvan Appel zich in later werk gaat bedienen en die veel simpeler in zeefdruk na te maken zijn.

Maar zelfs vervalsen blijft mensenwerk. Hoe zorgvuldig men ook tracht te komen tot een exacte kopie van het origineel, het moet wel heel goed gaan willen er geen kleine verschillen optreden. Deze zijn in de regel echter zo onopvallend dat ze zonder vergelijkingsmateriaal nauwelijks opvallen. En dat is ook de reden dat ze op grote schaal verkocht konden en kunnen worden. Er ontbreekt een ijkpunt, een een deugdelijke en goed geillustreerde oeuvrecatalogus van het grafisch werk, waarbij met bij twijfel te rade kan gaan. De afwijkingen in de vervalsingen vallen alleen op als men het origineel ernaast kan leggen. En daarom was het een goed idee om zo'n vergelijking in het programma op te nemen.

Laten we de beide prenten eens nader bekijken. Het eerste dat opvalt is dat op bij Jansen de contouren duidelijk zwaarder aangezet zijn, vooral rond de ogen. Die ogen zijn trouwens bij Jansen aanzienlijk minder genuanceerd dan bij Appel zelf, ze zijn 'dichtgeschilderd'. Wie in de gelegenheid is om dit soort gereconstrueerde litho's in detail te vergelijken (en daar is internet goed voor) zal vaak e tot een lijstje kleinere en grotere verschillen komen. Daarbij dient men in de eerste plaats te letten op vorm. Immers, kleuren kunnen op de computer veranderen, en prenten kunnen verkleuren. Een afwijkende kleur is, zeker op een plaatje, geen betrouwbaar criterium.

In de praktijk is het gemakkelijk om van de geconstateerde verschillen het meest opvallende te onthouden. Zo concentreer je je op het meest duidelijke kenmerk, het verschilpunt waaraan je de goede en de valse prent in een oogopslag kunt onderscheiden.

In dit geval is dat de zwevende blauwe vorm in het midden. Bij Jansen raken de uiteinden elkaar, terwijl ze bij Appel vrij blijven. Dat betekent dus: 'blauwe lijnen vrij = goed' en 'blauwe lijnen raken elkaar = vals'. Simpel, nietwaar?

Noot:   Het programma Het Zwarte Schaap is, in vier delen, terug te zien op YouTube. 




Postscipt:

In maart 2015 wijdde Ivo Niehe een hele uitzending aan Geert Jan Jansen. Veel nieuws leverde het niet op, wel veel mooi beeldmateruaal. En een klein stukje uit een eerdere uitzending, waarin een voorbeeld van een Jansen-vervalsing omhoog houdt. Duidelijk is te zien hoe de blauwe lijnen elkaar raken.

zondag 1 maart 2015

HET VALSE APPEL ARCHIEF - aflevering 2



De 'studentenlitho' is waarschijnlijk de bekendste prent die Appel heeft gemaakt. Je komt hem overal tegen, op allerlei kleine veilingen en op internet, soms in meerdere exemplaren van verschillende aanbieders. En juist de regelmaat waarmee je hem ziet leidt op den duur tot enige argwaan. Hoeveel zijn er eigenlijk van gemaakt? Duiken ze niet wat erg vaak op?

Om op deze vraag een antwoord te geven moeten we teruggaan naar de ontstaansgeschiedenis. De litho is gemaakt in mei 1968, ten tijde van de Franse studentenopstanden. Vele kunstenaars wilden blijk geven van hun solidariteit en Galerie Maeght besloot om speciale litho's uit te geven. In het eerste deel van het overzicht van de Arte affiches worden voor de maand mei maar liefst 16 edities vermeld, van Alechinsky, Calder, Bazaine, Zao Wou-ki en Pignon. Sommige kunstenaars maakten van hun prent een politiek statement, anderen werkten in hun geijkte stijl maar stelden de opbrengst ter beschikking. Appel maakte een felgekleurde litho met een tekst die tot aan het verschijnen van de biografie van Catherine van Houts voor veel mensen een volstrekt raadsel was gebleven. In haar boek beschrijft ze hoe Appel naar aanleiding van een foto in de krant van een van de de daders van de geruchtmakende Baarnse moordzaak (een 'mooie jongen', volgens Appel) zegt: 'Die jongen is door een daad aan het daglicht getreden om zijn schoonheid te tonen.' (Van Houts pp. 312-13). De frase weerklinkt in wat de Nederlandse tekst voor een litho had moeten worden: 'Door hun daden hebben zij hun schoonheid aan het daglicht gesteld'.

Volgens Van Houts bestaan er van de prent drie versies, maar dat is vrijwel zeker onjuist. De Nederlandse editie is, bij mijn weten, nooit verschenen. Wel een Franse, 'Dans l'action ils ont montré la source de leur beauté', en een Engelse, 'In action they revealed the mainspring of their beauty'. De Franse politie liet echter weten dat Appel het land zou worden uitgezet als hij dit soort gezagsondermijnende teksten in de openbaarheid zou brengen. Maar dat gebeurde niet; de litho werd alleen getoond en verkocht binnen de muren van Galerie Maeght. (Van Houts 376-77)

Hoeveel exemplaren zijn er nu eigenlijk van deze litho gemaakt? De studentenlitho van Zao Wou-ki werd volgens zijn oeuvrecatalogus uitgebracht in 150 exemplaren, en het lijkt niet zo vergezocht om te veronderstellen dat de andere prenten, gemaakt in dezelfde tijd en met hetzelfde doel, ook die oplage hebben. Bovendien zou dat overeenkomen met Appels oorspronkelijke plan om een oplage van 3 x 50 te maken. Toen de Nederlandse versie, om welke reden dan ook, afviel bleven er dus 100 over. En dat is ook het getal dat wordt genoemd in de beschrijvingen van de grote veilinghuizen.

Dat aantal staat echter in geen verhouding tot de frequentie waarmee je de prent tegenkomt, en je kunt je alleen daarom al niet aan de indruk onttrekken dat er prenten bijgedrukt zijn. Bovendien werd de oorspronkelijke litho, volgens de beschrijvingen van Sotheby's en Christie's, gedrukt op 'wove paper' (Frans 'vélin'). De prenten die ik later onder ogen kreeg waren, naar mijn stellige overtuiging, geen litho's maar zeefdrukken, en ze waren niet gedrukt op vélin maar op een zwaardere en hardere papiersoort. Er vielen geen afwijkingen in het beeld te constateren, en we moeten er dus van uitgaan dat we hier niet te maken hebben met het soort zeefdruk-naar-litho dat later nog uitgebreid ter sprake zal komen. Waarschijnlijk is de oorspronkelijke litho gewoon gefotografeerd en digitaal getransformeerd tot zeefdruk, op de manier die sinds de jaren zeventig schering en inslag is geworden.

Natuurlijk is het geenszins onmogelijk dat er ook nog exemplaren van de oorspronkelijke editie in omloop zijn. Maar statistisch gezien is de kans erg groot dat wat de argeloze koper uiteindelijk in handen krijgt niets meer is dan een 'roofdruk'.


POSTSCRIPT (1)

In het Stedelijk stond ik een poos geleden opeens oog in oog met de echte studentenlitho . Het was een echte poster, gedrukt op dun papier, en niet op het veel zwaardere papier dat meestal wordt gebruikt voor zeefdrukken.

POSTSCRIPT (2)


In zijn boekje Multiples et cetera (1991) doet Harry Ruhé verslag van zijn eigen ervaringen met deze prent, en komt tot de conclusie dat Galerie Maeght deze prent gewoon  is blijven herdrukken tot de oorspronkelijke stenen versleten waren. Jarenlang was deze prent dus gewoon nog in de Maeght Boutique in Parijs te koop, voor een prijs die een fractie bedroeg van wat er op een Nederlandse veiling gemiddeld voor wordt neergeteld. Nederlandse koopmansgeest, of erger?

HET VALSE APPEL ARCHIEF - aflevering 1





Vervalsingen zijn er in soorten en maten. Zo moet in de eerste plaats onderscheid worden gemaakt tussen 'namaak-Appels' en 'in de stijl van...-Appels'. In het eerste geval wordt uitgegaan van een bestaande litho, die zo goed mogelijk in zeefdruk wordt nagemaakt. Dit is veruit de grootste categorie, en deze zal later uitgebreid ter sprake komen.

Een vervalser kan echter ook zelf een prent 'in de stijl van Appel' maken, en deze vervolgens voorzien van valse signatuur en oplageaanduiding. Het probleem bij het signaleren van dit type prenten is dat eigenlijk alleen Appel kan verklaren dat een bepaalde prent niet door hem gemaakt is. Wij kunnen constateren dat een prent 'raar' of 'a-typisch' is, maar dat zegt weinig of niets over de authenticiteit. Picasso's bewering dat zijn slechte werken altijd vals werden verklaard geldt in zekere zin ook voor de afwijkende werken. Wat niet als karakteristiek voor Appel wordt herkend wordt eerder vals verklaard dan een 'typische' Appel. Maar ook binnen het grafisch werk zijn er de experimenten, de afwijkingen, de prenten die, ook voor de kenner, 'buitengewoon' zijn. En als er zijn geen aanwijzingen zijn die op het tegendeel wijzen, moeten we er noodgedwongen van uitgaan dat een prent 'goed' is.

Dat geldt echter niet voor bovenstaande prent. Toen 'meestervervalser' Geert Jan Jansen in 1994 in Frankrijk werd gearresteerd, trof de politie in zijn atelier zo'n 1500 vervalsingen aan. De Duitse inspecteur Ernst Schoeller, die aan de basis stond van het onderzoek, publiceerde vervolgens in het blad Weltkunst onder de titel 'Falschungen des Geert Jan Jansens' een selectie aan gevonden werk, in kleur afgebeeld. Er waren een aantal Appels bij, maar slechts een stuk grafiek: bovenstaande zeefdruk.

In de Franse gevangenis schreef Jansen zijn boek Magenta: avonturen van een meestervervalsernaar zijn zeggen om een advocaat te kunnen betalen. Toen het boek uitkwam werd hij uitgenodigd om als gast op te treden in de eerste uitzending van het VARA-programma Het Zwarte Schaap, waarin een controversiële figuur werd geconfronteerd met voor- en tegenstanders. Voor de gelegenheid had hij zelf voor enige decorstukken gezorgd, die later ter sprake zullen komen, en ook werd een aantal 'valse werken zonder origineel' getoond, waaronder deze prent.

Hoewel hij zelfs door Jansen zelf als 'litho' werd aangeduid, gaat het hier, en in veel andere gevallen, om een zeefdruk. In zijn boek beschrijft Jansen in detail hoe hij in een bollenschuur in Noord-Holland trachtte zeefdrukken te produceren die zoveel mogelijk op litho's leken. Maar een naar zijn zeggen krakkemikkige zeefdrukinstallatie was het enige waarover hij kon beschikken.
We hebben hier te maken met een prent die in Nederland nog steeds in omloop is. Met name op internetveilingen werd hij nog niet zo lang geleden met grote regelmaat aangeboden, soms zelfs compleet met echtheidsverklaring. Maar het is een echte Jansen, en niet meer dan dat.


[ONGEWIJZIGDE HERUITGAVE VAN EEN DOCUMENT UIT 1997]

HET PRENTWERK VALSE APPEL ARCHIEF - introductie




OM TE BEGINNEN

In 1977 trachtte de Franse kunstcriticus en dichter Jean-Clarence Lambert tot een schatting te komen van het totale aantal werken dat Karel Appel tot op dat moment had geproduceerd. Hij kwam uit op ongeveer 10.000 stuks. Appels grafiekproductie schatte hij op 400 litho's [en zeefdrukken], in een verspreiding van 30.000 exemplaren. [zie Catherine van Houts, Karel Appel, de biografie, p. 450] De vier jaren daarna behoren, wat grafiek betreft, tot Appels meest productieve perioden, en we mogen dus aannemen dat in 1981 dat aantal is opgelopen tot tegen de vijfhonderd. Dan besluit hij abrupt te stoppen met het maken van grafiek:

'Hij ziet in dat de productie en de verspreiding uit de hand zijn gelopen en dat dit zijn naam als kunstenaar geen goed heeft gedaan. De werken op papier in oplage zijn uitgegroeid tot een chaos waarin structuur moet worden aangebracht en waaruit de valse noten moeten gezeefd.' [p. 480]

Ondanks alle goede voornemens is dat er tot op de dag van vandaag niet van gekomen. Er bestaat nog steeds geen deugdelijke oeuvrecatalogus van het grafisch werk is, en men kan zich afvragen of die op dit moment nog wel te maken is. Het aantal bladen grafiek dat Appel sinds 1981 heeft geproduceerd is weliswaar heel bescheiden gebleven, maar de hoeveelheid vervalsingen is daarentegen dramatisch toegenomen.

De 'chaos' en de 'valse noten' die hierboven door Catherine van Houts worden genoemd staan natuurlijk niet los van elkaar. Het feit dat veilinghouders, handelaren, verzamelaars niet kunnen beschikken over een deugdelijk naslagwerk verkleint de kans dat vervalsingen worden ontdekt en werkt wildgroei in de hand. Van Houts geeft schoorvoetend toe dat Appel een tijdlang kritiekloos inging op de vele verzoeken om series grafiek te maken. Het resultaat is dat niemand, behalve (hopelijk) Appel zelf, meer precies weet wat hij nu wel of niet heeft gemaakt. Met name het aantal Amerikaanse edities uit de jaren zeventig is nauwelijks te overzien, en nog steeds kun je via internet litho's tegenkomen waarvan je zeker weet dat je ze nooit eerder onder ogen hebt gehad. De schuld van deze wildgroei wordt in het boek echter niet gelegd bij de kunstenaar, maar bij de galeriewereld. De merkwaardige logica die daarbij wordt gehanteerd maakt het de moeite waard de passage in zijn geheel te citeren:

'Grafiekgaleries doen goede zaken, maar het grote publiek heeft voornamelijk oog voor werken van geringe kunstzinnige waarde. Appels reputatie een kunstenaar te zijn van herkenbare voorstellingen en felle kleuren heeft veel handelaren aangemoedigd hem aanbiedingen te doen. Doordat Appel geen vaste galerie heeft die zijn grafische werk toont, verspreiden de talloze geproduceerde litho's zich via allerlei galeries en kunsthandels; vaak meer kunstwinkels waar geen oog bestaat voor kwaliteit, maar des te meer voor kwantiteit en klandizie. Van het feit dat er veel Appels in mindere galeries worden aangetroffen, wordt dankbaar gebruik gemaakt van Appel-tegenstanders. Zij gebruiken die reusachtige lithogolf om zijn reputatie te degraderen tot die van een kunstenaar die alleen nog maar commercieel werk maakt.' [pp. 451-52]

Catherine van Houts' biografie van Karel Appel is in de pers meermalen vergeleken met een hagiografie, een heiligenleven, waarin ze zich grote moeite getroost Appel van alle kritiek te vrijwaren. Ik hoop echter dat ze met bovenstaande passage bedoelt dat Appel in de jaren zeventig, en met name in de tweede helft daarvan, simpelweg teveel grafiek heeft geproduceerd, en dat veel van die grafiek kwalitatief onder de maat is. En als zijn reputatie daaronder heeft geleden is dat in zekere zin terecht. Het zijn niet de 'Appel-tegenstanders' (wie dat dan ook mogen zijn) die dat hebben bewerkstelligd. De enige die daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden is Appel zelf.
De vervalsingen die in diezelfde tijd voor het eerst opduiken zijn het bijna onvermijdelijke gevolg van Appels nog steeds stijgende populariteit. Appel is een gevestigde naam geworden en in brede lagen van de bevolking is het bon ton om een Appel aan de muur te hebben. De vraag wordt zo groot dat zelfs Appels megaproductie niet toereikend is om aan de vraag te voldoen. Er valt geld te verdienen met Appel-grafiek, en waar vraag is komt aanbod. De namen van Adriaan Venema en Geert Jan Jansen zijn in de kunstwereld gemeengoed geworden, ook al omdat zij hun boeken Verleden Tijd (1994) resp.Magenta (1998) het onderwerp uitgebreid ter sprake hebben gebracht. Maar veel heeft het niet veranderd. Nog steeds worden er, te goeder of te kwader trouw, op grote schaal valse Appel-prenten verkocht zonder dat daar veel tegen gedaan wordt. Immers, wie zou dat moeten doen? Wie heeft de expertise en de autoriteit om in individuele gevallen te kunnen uitmaken of een bepaalde prent vals is of niet?

WIE HET WEET ...

Om aan de weet te komen of een Appel-prent echt is of niet moet je ermee naar een expert. Alleen, wie is dat? 'Expert' is geen beschermde titel en dat betekent dat iedereen zich zo mag noemen. En dat doen ze ook vaak, de kleine veilinghouder die iets weet over veel, de specialistische handelaar die veel weet over weinig en de taxateur die geacht wordt alles te weten over alles. En iedereen heeft altijd gelijk.
Iedere expert is beter dan geen expert, maar de mening van de een is duidelijk meer waard is dan die van de ander. En wie moet je als leek geloven? Wat zou het plezierig zijn als je in plaats van te luisteren naar meningen kon kijken naar objectieve criteria ...
De beste manier om valse prenten van echte onderscheiden is ze naast elkaar te leggen en ze uitvoerig te vergelijken. De verschillen die daarbij aan het licht komen vormen vanaf dat moment de ijkpunten die gebruikt kunnen worden om de prent in kwestie te beoordelen. Het probleem is natuurlijk dat maar heel weinig mensen in de gelegenheid zijn een dergelijke test ook daadwerkelijk uit te voeren en dat degenen die het in het verleden wel hebben gedaan hebben hun bevindingen nergens hebben gepubliceerd.
De komst van internet en internetveilingen heeft wat dit betreft nieuwe mogelijkheden gecreëerd, niet alleen om valse Appels op de markt te brengen maar ook om ze te traceren. Weliswaar moet je afgaan op plaatjes, maar soms zijn de verschillen tussen prenten zo duidelijk dat ze zelfs op een plaatje zichtbaar zijn. En als je dat gedurende een langere periode doet kun je, in samenhang met een uitgebreide documentatie, een aantal conclusies trekken.
In het Valse Appel Archief wil ik proberen te komen tot een inventarisatie van valse Appels. Dat wil zeggen, van de valse Appels die mij op dit moment bekend zijn. Ik ben mij er terdege van bewust dat dit maar een deel is en ik wil mijzelf dan ook op geen enkele manier presenteren als de 'expert' die in staat is om over iedere Appel-prent een salomonsoordeel te vellen. Er zijn ongetwijfeld experts, ook in Nederland, die meer zullen weten dan ik. Het verschil is dat ik bereid ben wat ik weet openbaar te maken. Het bestrijden van vervalsingen is een zaak die zowel in het belang is van de betrokken kunstenaar als van de kunsthandel. In het verleden is de kunsthandel er meermalen van beticht het met de echtheid niet zo nauw te nemen, zolang er maar geld valt te verdienen en het risico op ontdekking klein is.
Om zinloze welles/niets discussies te voorkomen neem ik geen prenten op die alleen maar 'naar mijn mening' vals zijn, maar waarvan ik de valsheid niet objectief kan aantonen.
Ik houd mij aanbevolen voor aanvullingen en verbeteringen en ik nodig graag ieder die zich bij het onderwerp betrokken voelt uit om te reageren en zo mogelijk een bijdrage te leveren.

Dick Siersema

[ONGEWIJZIGDE  HERUITGAVE VAN EEN DOCUMENT UIT 1997]

HET VALSE APPEL ARCHIEF REVISITED



Ruim vijftien jaar geleden heb ik veel tijd gestoken in een overzicht van valse prenten van Karel Appel. Het was geen compleet overzicht; ik beperkte mij tot die prenten waarvan ik door middel van het vergelijken van details op diverse afbeeldingen objectief meende te kunnen aantonen dat ze 'niet goed' waren. Van de geboden informatie werd gretig gebruik gemaakt, door verzamelaars, door de kunsthandel, door veilinghuizen.

Maar de oude Prentwerk website werd vervangen omdat hij niet meer aan de eisen des tijds voldeed, mijn eigen interesses verschoven. De pagina's van het Appel archief stonden ver weggestopt op de server en waren niet mee toegankelijk. Toch bleef er belangstelling bestaan. Nog jaren later werd ik af en toe benaderd met vragen over Appel grafiek en waar het Valse Appel Archief gebleven was.

Even leek het erop dat het Valse Appel Archief overbodig zou worden. De Utrechtse kunsthandelaar Jan Juffermans liet weten dat hij, na de oeuvrecatalogus van het grafisch werk van Kees van Dongen, een compleet overzicht wilde uitbrengen van de grafiek van Appel. In de kunstwereld werd hier en daar met enige scepsis gereageerd, met als argument dat de wereld van de Appel-grafiek door alle vervalsingen te complex en te diffuus was geworden om een betrouwbaar en volledig overzicht mogelijk te maken, Maar dat nam niet weg dat met spanning werd uitgezien naar het eindresultaat.

Maar helaas, Juffermans overleed in 2011 en de uitgave heeft nooit het licht gezien. Op veelvuldig verzoek heb ik daarom besloten om het Valse Appel Archief in afleveringen weer openbaar te maken, nu via de PrentwerkNL blog. Het wordt geen herziene editie, maar een reprint van de oorspronkelijke pagina's, met alle deugden en tekortkomingen die daaraan kleven. Maar ik hoop dat het ook zovele jaren later nog goede diensten kan bewijzen.

Net als toen houd ik mij aanbevolen voor aanvullingen en verbeteringen.